Vooroordelen

De Fransen gedragen zich slecht in het verkeer;
Klopt over het algemeen. Met name op het platteland wordt te hard gereden (en ook zeer gevaarlijk: te langzaam), het veranderen van rijrichting wordt vrijwel niet aangegeven, binnenbochten worden ‘overgeslagen’. Maar voetgangers die willen oversteken worden vaak overdreven hoffelijk behandeld. Feit blijft, binnen Europa scoort Frankrijk het hoogst op de ranglijst van verkeersongelukken, hoewel het in 2004 stukken beter is geworden dankzij een bijna uitzinnige opvoering van de verkeerscontroles en het uitdelen van hogere bekeuringen.

De Fransen spreken alleen maar Frans;
Juist. Met uitzondering van personeel op luchthavens en op de grotere VVV-kantoren spreken de Fransen slechts Frans. Hoewel in het onderwijs vreemde talen worden onderwezen (Engels, Spaans en als men heel knap is ook Duits) wordt het lezen en spreken in andere talen na het verlaten van de schoolbanken nauwelijk meer beoefend. Voor Nederlanders is 888 van teletekst van enkele tv-zenders een uitkomst. Ondertiteling in het Frans, bestemd voor de Franse doven is goed voor de Nederlanders om een film te volgen en wat Frans bij te leren.

De Fransen praten vrijwel uitsluitend over eten;
Klopt ook. Het eerste kwartier van een genoeglijk en vooral vrijblijvend samenzijn tussen Fransen en Nederlanders tijdens het apéritif of apéro spreekt men over het weer, de laatste vakantie en onder intimi wordt ook wel over politiek gesproken. Vervolgens vraagt men aan de Hollanders of ze al een beetje beginnen te wennen in hun nieuwe land en vervolgens spreekt men met de dorpsgenoten gewoon weer verder in het oude tempo en het moeilijk te verstane patois over de kwaliteit van de foie gras dit jaar, die mooie wijn, het gebrek aan cèpes (paddestoelen uit het bos) en het zoetgehalte van de geoogste vijgen.

De Fransen zijn arrogant;
Valt wel mee. Op het platteland, waar de meeste Nederlanders toch zullen (gaan) wonen, is er van die arrogantie – als die al zou bestaan – niet veel te merken. Wel is er sprake van een zekere formaliteit in de omgang. Als de je moeite neemt om wat Frans te leren – als je er woont zul je zeker (wat) Frans moeten leren spreken – zijn de Fransen erg behulpzaam. In Parijs en enkele andere grote steden zijn de mensen uiteraard afstandelijker, hetgeen niet perse hetzelfde behoeft te betekenen als arrogant.

Er is veel bureaucratie in Frankrijk;
Is over het algemeen waar. Vooral als buitenlander die de Franse taal niet machtig is, is de papierwinkel welhaast onoverkomelijk en soms prettige praatstof tijdens Hollandse bijeenkomsten. Als je wel iets van de taal begrijpt, valt het wel mee. Men maakt best wel duidelijk welke formulieren moeten worden ingevuld, meegenomen, afgestempeld. Soms maakt men daarbij ook wat verontschuldigende gebaren. ‘La bureaucratie, c’est terrible, hein?’ Als men er vervolgens in slaagt te melden dat het in Nederland niet veel beter is – een leugentje – dan gaan de sluizen van welwillendheid uitbundig open.

In Frankrijk wordt om het minste of geringste gestaakt;
Dat vinden de Nederlanders en ook de meeste Fransen. De deelnemers aan een staking (grève) of een betoging (‘manif’) zijn overigens niet van mening dat zij zo maar de straat op gaan. De slachtoffers van de stakingen – het publiek – morren wel maar leggen zich neer bij deze uitingen van maatschappelijke onvrede van de meest uiteenlopende groepen: verpleegsters, brandweerlieden, rechters, chirurgen, postbodes, gepensioneerden.

De Fransen komen hun afspraken niet na;
In de privé-sfeer valt dat nogal mee, maar in het zakelijk verkeer is het soms erg lastig. Bij grotere bedrijven (aannemers, loodgieters, elektriciens) worden de afspraken om op de afgesproken tijd te verschijnen meestal nagekomen. Maar zeker niet altijd. Boos telefoneren of faxen sturen wil wel eens helpen. Sommige kleinere bedrijven kunnen er inderdaad een potje van maken. Franse vrienden hierover aangesproken moeten erkennen dat het een afkeurenswaardige methode is, zij hebben er zelf ook last van. Een schrale troost.