Restaurants

Ongeveer 70% van de Fransen eet ten minste eenmaal in de week buiten de deur. Eten in een restaurant gebeurt veel tijdens wat in Nederland de lunch heet. Men geniet dan het repas, waarbij op het platteland nog wel wijn wordt gedronken. In de restaurants in de steden gebeurt dat steeds minder. De meest gedronken drank in Frankrijk is mineraalwater. In het weekeinde en bij feestdagen wordt van de zondagse lunch (déjeuner) een bijzondere gebeurtenis gemaakt. Van twaalf tot drie is men dan onder de pannen. De keukens in de restaurants gaan ‘s avonds later open dan in Nederland. Om half acht op z’n vroegst kun je ‘s avonds terecht in een restaurant.

Vermeldingswaard is ook dat men doordeweeks vaak een menu d’ouvrier kan nemen. Voor weinig geld heb je dan een goede maaltijd met soep, voor-, hoof- en nagerecht. Wijn en koffie zijn vaak inbegrepen.

Enkele restaurants in de buurt

 

Eetgewoontes


Werkers op het land ontbijten niet, men gebruikt hoogstens een kleine kopje zwarte koffie of soppen brood in een grote kom koffie met veel melk. Tegen achten gaan de landarbeiders naar de boerderij en nemen dan een flink ontbijt. Brood (het nationale volksvoedsel), vlees, worst (charcuterie) e.d. Om twaalf uur volgt dan de hoofdmaaltijd (le repas – ons ‘warm eten’), dat bestaat uit vlees, groenten, (stok)brood, kaas, dessert, koffie. En uiteraard wijn. De vrouwen en soms kinderen drinken de wijn vaak met wat water. De laatste krijgen ‘s middag bij het thuiskomen van school nog wat koekjes (le goûter). ‘s Avonds is er het souper. Een lichte maaltijd met wat sla, soep en wat brood.

In de stad meestal geen ontbijt, hoogstens een kopje koffie. Croissantjes worden vrijwel nooit thuis gegeten. Dat doet men in een café. De lunch (geen repas dus) bestaat voor de kantoormensen uit een sandwich. Veel werknemers krijgen ook bonnen van het bedrijf om ergens in de stad de lunch, le déjeuner, te gebruiken. Ook een soort warme maaltijd, maar wat lichter dan op het platteland en niet altijd meer met wijn. Zakenlunches zijn uitvoerig en ook arrosés, besprenkeld. Maar ook dat wordt minder.

Is er een groot repas, dat kan duren van 12.00 uur ‘s middags tot diep in de middag. Voorgerechten (patés, terrines, soepen), vleesgerechten (wild vaak), tussengerechten soms, salades, andere groenten, veel kaas, zoete desserts en digestifs. Alles rijk besproeid met de betere wijn (tafelwijn is voor door de week) en altijd met stokbrood. Vooral de mannen gebruiken dat brood voor van alles: om de eerste honger te stillen, om de mond te neutraliseren als op een andere wijn wordt overgegaan en als bestek om het bord schoon te maken.